
Verslag Breed Beraad Veiligheidsgevoel
Weergave van de resultaten van het eerste Breed Beraad met het thema ‘veiligheidsgevoel’. Het thema en de stellingen zijn gekozen in afstemming met de Ombudsman van Amsterdam.
De digitale peiling werd in stadsgebied Weesp gehouden tussen 28 oktober en 28 november 2025. Het fysieke overleg werd gehouden op 29 november in theater City of Wesopa.
Het doel van het Breed Beraad is het organiseren van samenspraak door een combinatie van online en offline afstemming. De digitale vorm is bedoeld om veel mensen de gelegenheid te geven om deel te nemen, de fysieke bijeenkomst biedt de mogelijkheid om onderling over een thema te discussiëren.
We hebben daartoe een computerprogramma ontwikkeld dat de gemiddelde mening over stellingen in kleuren weergeeft op de plattegrond van ons stadsgebied. Door in te zoomen op een buurt, kan zichtbaar worden gemaakt hoe de gemiddelde mening is opgebouwd.
De eerste uitvoering heeft veel nuttige inzichten opgeleverd voor volgende uitvoeringen. Omdat het aantal deelnemers beperkt bleef tot 265, zijn er geen harde conclusies uit te trekken. Maar het aantal was voldoende om de werking van het programma te kunnen beoordelen. Hieronder gaan we zowel in op de inhoudelijke als op de systeemtechnische bevindingen. Wilt u zelf de genoemde selecties beoordelen, de resultaten van de peiling staan online.
Toelichting per stelling
De eerste stelling was heel algemeen. ‘Ik heb in onze stad bijna altijd een veilig gevoel’.
Bij een dergelijke brede stelling blijkt de mogelijkheid om aan te geven of je man of vrouw bent, nuttig. Een bepaalde plek kleurt voor mannen overwegend groen. Voor vrouwen verschijnen op bepaalde plaatsen rode plekken.
Met het begrip ‘gemiddelde mening’ pretenderen we niet om statistische informatie te leveren. Dat laten we liever aan de afdeling O&S over. Maar in tegenstelling tot formele onderzoeken, gaat het hier om weergave van een buurtgevoel. Toch zien we een zinvolle weergave van de realiteit.
Dit bleek bij de tweede stelling: ‘Ik ga in mijn buurt met een veilig gevoel naar buiten, ook wanneer het donker is’. Terwijl deelnemers in de buurt van de Fijnvandraatlaan in het algemeen positief oordeelden, waren ze bij deze stelling overwegend negatief. Dat kan verband houden met de situatie dat ter plekke gedurende langere tijd de straatverlichting niet werkte.
De derde stelling: ‘Het winkelgebied in mijn buurt is een veilige en overzichtelijke plek’ leverde een kenmerkend beeld op. Het viel op dat bij de stelling: ‘We hebben in onze buurt weinig last van vervuiling of verloedering’ een gelijksoortige combinatie van positieve en negatieve reacties bleek op te roepen. Hier leken met name de winkelgebieden gevoelig te zijn voor vervuiling. Dit geeft aan dat er bewust en consistent gekozen is.
Bij de stelling ‘Het is eenvoudig om melding te maken van een onveilige situatie aan de gemeente’ bleken de antwoorden sterk verdeeld. Dit bleek ook uit de reacties in de fysieke bijeenkomst. De indruk ontstaat dat mensen die een melding doen, vaak best tevreden zijn maar dat de online methode om een melding te doen nog niet is ingeburgerd. Het lijkt nuttig om daar meer informatie over te verstrekken.
De meest unanieme reacties volgden op de stelling: ‘Er is voldoende toezicht door BOA’s en politie’. Hier kleurde de meeste buurten rood. Men was het dus overwegend niet eens met de stelling. Tijdens de bijeenkomst vertelde de aanwezige wijkagent dat er weliswaar een team van vijf wijkagenten en meerdere BOA’s zijn, maar dat die toch niet altijd overal kunnen zijn. Dat bracht het thema op het grote verschil tussen feitelijke veiligheid en het veiligheidsgevoel. Feitelijk neemt de veiligheid statistisch toe maar het veiligheidsgevoel lijkt af te nemen. Dit zou kunnen komen door de algemene dreigingen die ons dagelijks in het nieuws bereiken. Daar is geen politie tegen opgewassen maar middelen die het buurtgevoel versterken, zouden misschien kunnen helpen.
Dat er bijvoorbeeld behoefte is om zaken aan de orde te kunnen stellen zou kunnen blijken uit de stelling ‘Een rondgang met inwoners en de buurtmakelaar is nuttig om onveilige plekken aan te wijzen.’ Bij deze stelling kleurt de hele kaart groen. Het lijkt nuttig om de periodieke buurtschouw in ere te herstellen. Wanneer de buurtmakelaar met een aantal buurtbewoners een rondgang maakt, kunnen onveilige of verwaarloosde plekken in beeld worden gebracht. En buurtbewoners zouden betrokken kunnen worden bij het zoeken naar oplossingen. Dit zou indirect bij kunnen dragen aan het veiligheidsgevoel.
De interactie met deelnemers leverde ook tips op voor de verbetering van het digitale programma. Zo werd door meerdere deelnemers gevraagd om bij elke stelling een ‘toelichtingsveld’ op te nemen. Daarmee kan een oordeel over een stelling worden gemotiveerd. Een collectie van deze overwegingen kan dan een nuttige bijdrage leveren aan de discussie bij de fysieke bijeenkomst.
Het gemis aan dergelijke toelichting kwam tot uiting bij de stelling ‘Door de maximum snelheid van 30 km is het verkeer in onze buurt veiliger geworden’. Met name in Aetsveld kleurde een aantal plekken rood. De vraag doet zich dan voor of het niet veiliger is geworden ondanks de 30 km of omdat het al veilig was in de woonerven. Een toelichtingsveld zou meer duidelijkheid kunnen bieden.
Omdat we bij deze peiling gekozen hebben voor het groeperen van postcodes met vijf tekens (de laatste letter is vervallen), levert de kaart een vrij globaal beeld op. Hierdoor zijn uit de stelling ‘In onze buurt zijn plekken die onprettig aanvoelen’ moeilijk concrete plekken aan te wijzen. Tijdens de discussie kwam aan de orde dat het nuttig zou zijn om bij bepaalde stellingen aan te kunnen geven op welke plek de mening precies betrekking heeft. Dit gaan we realiseren.
Op de stelling ‘Mijn contact met de buren geeft mij een veilig gevoel’ wordt heel positief gereageerd. De indruk ontstaat dat de kleinschaligheid van Weesp daaraan bijdraagt. Van meerdere kanten wordt het actuele thema ‘weerbaarheid’ en ‘voorbereid zijn’ genoemd om aandacht aan te besteden. Omdat deze peiling een beperkte omvang had, zou het zinvol kunnen zijn om dat thema verder uit te diepen.
In dit kader is de stelling ‘Wij hebben een buurt appgroep waarmee we contact met elkaar kunnen houden’ interessant vanwege het wisselende beeld. Juist in het kader van contact met de buren zou een community van actieve appgroep zinvol kunnen zijn. Wij zouden daar als vereniging mogelijk een initiatief toe kunnen nemen.
Op de daarop volgende stelling ’Ik zou wel deel willen nemen aan een appgroep voor mijn buurt’ wordt positief gereageerd. Vergelijk bijvoorbeeld Aetsveld. Maar daarbij is er ook een verschil te zien tussen de selectie man en vrouw.
Voor zo een appgroep lijkt meer belangstelling dan voor bijeenkomsten in de buurtkamer. Op de stelling ‘Ik zou wel in een buurtkamer over dit onderwerp willen praten’ lijkt minder animo te zijn. En hier zijn er kenmerkende verschillen in leeftijdsgroep en tussen man en vrouw. Bij een peiling waarbij meerdere mensen uit een buurt deelnemen, kan met dit systeem dus helder de interesse bij verschillende groepen inwoners worden beoordeeld.
Op de laatste stelling ‘Ik wil wel meehelpen om het gevoel van veiligheid in de buurt nog te verbeteren’ lijkt er een scheiding in de gebieden boven en onder het spoor. Deelnemers in ‘oud Weesp’ reageren positiever dan in ‘nieuw Weesp’. Dat zou te maken kunnen hebben met een historisch gegroeid ‘buurtgevoel’.
Natuurlijk kunnen we geen harde conclusies trekken uit de peiling. Maar wat we wel kunnen constateren is dat het principe van de gecombineerde vorm van digitale en fysieke peiling een bruikbaar beeld op kan leveren.
De software werkt goed maar we willen de visuele weergave nog verbeteren. Met de huidige input kunnen we diverse verfijningen ontwikkelen. Bijvoorbeeld door de stippen te vergroten en om er meer informatie aan zichtbaar te maken. Ook gaan we beoordelen wat de sweergave van de volledige postcode oplevert. Voor de volgende versie gaan we invulvelden aan de stellingen toevoegen en markers waarmee plekken op de kaart kunnen worden aangegeven.
